Twee versnellingen: stand 1 vs stand 2

De meeste accu-slagboormachines hebben twee mechanische versnellingen:

  • Stand 1 (laag toerental, hoog koppel): voor boren in steen en beton, en voor schroeven. Typisch: 0-500 rpm. Het hogere koppel is essentieel bij weerstand.
  • Stand 2 (hoog toerental, minder koppel): voor boren in hout en metaal. Typisch: 0-2.000 rpm. Het hoge toerental maakt hout en metaal sneller boren.

Vuistregel: steen = stand 1, hout/metaal = stand 2.

Variabele snelheid via trekker

De trekker is snelheidsgevoelig — harder indrukken = sneller. Dit geeft controle bij het starten (voorkom wegglijden) en bij precisieboorwerk. Bij boren in steen: na het markeren start je langzaam, verhoog je de snelheid pas als het boor goed gepositioneerd is.

Slagfrequentie

Slagfrequentie (slagen per minuut, spm) = hoeveel keer de slagschijf per minuut klopt. Typisch 0-30.000 spm bij stand 1 en 0-45.000 spm bij stand 2. Meer slagen per minuut = efficiënter boren in hard materiaal.

No-load speed is misleidend

Technische specificaties tonen altijd "no-load speed" — de maximale snelheid zonder weerstand. Onder belasting (met boor in materiaal) daalt het toerental significant. Een machine met 80 Nm koppel houdt zijn toerental beter op peil onder belasting dan een 40 Nm machine.